• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grond- rechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wet- geving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Afluisteren ruimtes

    Met elkaar spreken is de meest directe vorm van communiceren. Zo is luisteren de meest directe vorm om via het gehoor iets van iemand op te vangen, terwijl het bij afluisteren om informatie gaat die niet voor jou bestemd is. Dat laatste gebeurt volop, en in de loop der tijd zijn steeds meer technieken ontwikkeld die de mens in staat stellen om geluiden en gesprekken op te vangen. Maar wat is nu eigenlijk geluid? Geluid heeft betrekking op materie-golven: deeltjes gaan trillen, botsen tegen andere deeltjes die vervolgens mee gaan trillen, etcetera. Een trilling (golf) die op een bepaald punt begint, zal zich in principe naar alle richtingen even snel uitbreiden: er ontstaat een soort bolvormige ‘schil’ van geluid die naar alle kanten groter wordt (vergelijkbaar met een ballon die steeds verder opgeblazen wordt). Deze ‘schil’ wordt het golffront genoemd. Op enige afstand van de bron is het golffront al zo breed, dat het voor een waarnemer die geluiden opvangt, lijkt of het golffront ‘vlak’ is. Optisch kennen we dit verschijnsel ook: door ons beperkt gezichtsvermogen ervaren wij de horizon als vlak, terwijl de aarde in werkelijkheid rond is.

    Omdat ‘Geluid’ betrekking heeft op materie-golven en deeltjes die gaan trillen, kan geluid zich niet voordoen in een luchtledige ruimte. Daar bevinden zich geen deeltjes die in beweging kunnen worden gebracht. Geluidsgolven komen voor waar vaste materie, vloeistoffen of gassen aanwezig zijn.
    Twee grootheden bepalen de trilling van de deeltjes, en daarmee ook hoe de trilling wordt overgedragen aan naburige deeltjes: de frequentie, die verwijst naar de snelheid waarmee het deeltje trilt, en de amplitude, die een indicatie vormt voor de mate waarin het deeltje uitslaat vanuit haar evenwichtsstand.

    Frequentie wordt gemeten in Hertz; een deeltje met een frequentie van 100 Hertz trilt 100 keer per seconde. Op ons trommelvlies worden verschillende frequenties ‘vertaald’ naar verschillende toonhoogten. De frequentie van een gemiddelde stem is ongeveer 2.500 Hertz; een toon van 50 Hertz klinkt bijvoorbeeld heel erg laag. Onze oren kunnen geluiden waarnemen tussen ongeveer 30 en 18.000 Hertz.

    De amplitude bepaalt de hoeveelheid energie die in een trilling zit, en daarmee de reikwijdte van de trilling. Elk deeltje dat gaat trillen brengt andere deeltjes in trilling. Naarmate de trilling zich verder van de bron verwijdert, zal de energie zich over steeds meer deeltjes in een steeds groter gebied verspreiden, en zwakker worden. Op een gegeven moment wordt het geluid zo zwak, dat het voor mensen niet meer waarneembaar is. De amplitude wordt met verschillende maten gemeten. Voor het meten van de inte nsiteit van geluid wordt meestal de decibel (dB) gebruikt.

    Omdat deeltjes tegelijkertijd onderdeel kunnen zijn van verschillende trillingen bestaan de meeste geluiden die we maken en waarnemen niet uit één bepaalde toonhoogte. Er ontstaat een trilling die het resultaat is van een speciaal soort optelsom van alle verschillende frequenties en amplitudes. In dit verband zou het te ver voeren om in te gaan op de wiskundige formule.
    Van belang is echter dat door de combinatie van tonen van verschillende frequentie en amplitude herkenbare geluiden ontstaan. Muziek, taal en iemands persoonlijke spraakkenmerken (stemgeluid, intonatie, nadruk etc.) bestaan doordat wij resulterende geluiden waarnemen.
    Met betrekking tot afluisteren is het van belang te weten dat het omgekeerde ook mogelijk is: een geluid herleiden tot de verschillende frequenties en amplitudes waaruit het bestaat. Bepaalde frequenties kun je onderdrukken omdat die niet relevant of zelfs storend zijn. Dit zogenaamde ‘filteren’ wordt in alle moderne geluidsapparatuur toegepast om bepaalde soorten ruis weg te halen. De resterende geluiden komen daardoor beter tot hun recht.

    Mensen horen met hun oren. Luchtdeeltjes trillen tegen het trommelvlies, dat mee gaat trillen al naar gelang de frequenties en amplitudes van het geluid. De trommelvlies-bewegingen worden waargenomen door zenuwen die de bijpassende impulsjes naar de hersenen sturen. In een microfoon gebeurt in feite niets anders; het membraan neemt daar de functie in van het trommelvlies. De bewegingen daarvan worden omgezet in een elektrisch signaal, dat op haar beurt bestaat uit een optelsom van alle frequenties en amplitudes die samen het geluid bepalen. Het elektrisch signaal van een microfoon maakt het mogelijk het signaal verder te bewerken: het kan opgeslagen worden op cassette, CD of anderszins. Eenmaal opgeslagen kunnen er verschillende filters op toegepast worden, om de kwaliteit van die gedeeltes die voor de gebruiker interessant zijn te verbeteren.
    Om geluid te produceren gebruiken wij onze stembanden, die via trilling de ernaast liggende luchtdeeltjes in beweging brengen. De luidspreker vormt de mechanische variant van de stem. In een luidspreker zit een membraan dat gaat trillen ten gevolge van een elektrisch signaal. De hardheid en snelheid waarmee het membraan trilt, bepaalt dan weer de amplitude en frequentie van het geproduceerde geluid. In moderne luidsprekers wordt vaak gebruik gemaakt van twee of drie membranen, omdat het technisch niet mogelijk is om uit slechts één membraan zowel mooie, natuurgetrouwe hoge en lage tonen te halen.

    Richtmicrofoons
    Er bestaan een groot aantal technieken om af te luisteren. Bekend is bijvoorbeeld de richtmicrofoon. In het hart ervan zit een element dat drukgolven omzet in elektriciteit. Het belangrijkste kenmerk van de richtmicrofoon is dat gebruik wordt gemaakt van een speciale ‘spiegel’ om geluiden vanuit een bepaalde richting op te vangen, zodat achtergrondgeluiden uit andere richtingen uitgezuiverd worden. Het principe van de zogenaamde parabolische spiegel wordt tegenwoordig veelvuldig toegepast. Dat is bijvoorbeeld het geval bij koplampen van een auto. Hierin zit een relatief zwak gloeilampje waarvan het licht via een speciaal gevormde reflector dusdanig weerkaatst dat het in één richting uitgezonden wordt. Het resultaat is een krachtige, geconcentreerde lichtstraal.
    Wiskundig valt relatief eenvoudig uit te rekenen welke vorm een ‘spiegel’ moet hebben om geluidsgolven in een punt te concentreren (het zogenaamde brandpunt of focus). De praktische toepassing daarvan vormt de parabolische spiegel.

    plaatje parabolische spiegel

    De parabolische spiegel: alle lijnen komen samen in het brandpunt

    De parabolische spiegel wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het ‘kosmisch afluisteren’ (de radio-sterrenwacht bij Westerbork), en ook bij T.V.-satelliet schotelantennes. Onder optimale omstandigheden en met gebruik van geavanceerde filtertechnieken is het met de richtmicrofoon mogelijk om op afstanden van enkele honderden meters tot een paar kilometer gesprekken op te vangen. Dan moet het golffront wel loodrecht invallen op de microfoon, en volledig ‘vlak’ zijn. Een probleem daarbij is, dat extreem gevoelige parabolische richtmicrofoons tevens erg gevoelig zijn voor afwijkingen van die optimale omstandigheden.
    Er zijn verschillende redenen waarom deze ‘ideale’ situatie zich in praktijk niet vaak voor doet. Zo kan het golffront alleen loodrecht invallen op de microfoon wanneer de microfoon exact op het doel gericht is. Dat lukt in de praktijk alleen wanneer de afgeluisterde personen stilzitten. Bovendien mogen er geen obstakels tussen object en microfoon aanwezig zijn; gebouwen, bomen, en heuvels zijn in dit opzicht uit den boze.
    Een ‘vlak’ golffront wordt gevormd wanneer het geluid zich in alle richtingen met dezelfde snelheid voortplant. Dat is echter lang niet altijd het geval ten gevolge van onder andere de luchtdruk, de luchtvochtigheid, de windsnelheid, atmosferische gelaagdheid, en andere factoren. Iedereen kent wel het verschijnsel dat in een harde storm het geluid snel ‘verwaait’. Maar ook turbulentie en warmte die door een drukke weg veroorzaakt worden, kunnen het werken met een richtmicrofoon over lange afstanden moeilijk dan wel onmogelijk maken.
    Afgezien daarvan heeft de meer geavanceerde richtmicrofoon enkele andere nadelen: ze is relatief duur en voor de bediening ervan is gekwalificeerd personeel vereist. Het feit dat je voor een kwalitatief goede richtmicrofoon tienduizenden guldens neer moet tellen, maakt dat ze vrijwel uitsluitend gebruikt worden door grote, professionele afluisteraars. En ook die zullen de richtmicrofoon niet snel routine-matig gebruiken, maar alleen binnen operaties waaraan zij hoge prioriteit toekennen.
    De kleine richtmicrofoon is een verzamelnaam voor een aantal technieken om geluid uit een bepaalde richting op te vangen, zonder gebruik te maken van een parabolische spiegel. Het basisprincipe is erg eenvoudig: alle golven die uit een andere dan de gewenste richting komen, worden onderdrukt. Wanneer het signaal dat overblijft erg zwak is, kan dat met behulp van moderne methoden versterkt worden.
    Het basisprincipe is simpel na te bootsen door een kartonnen koker tegen het oor te houden. Geluiden die komen uit de richting waarnaar de koker wijst, zijn dan goed te horen, terwijl andere geluiden worden gedempt.

    plaatje koker

    Alleen lijnen die vrijwel evenwijdig lopen aan de koker kunnen passeren. Hoe langer de koker, hoe nauwkeuriger de lijnen evenwijdig eraan moeten lopen. Hetzelfde effekt wordt bereikt door de koker heel dun te maken.

    Tegenwoordig is het mogelijk om de microfoon heel klein te maken; in dat geval gaat het om een dunne, korte ‘koker’. Ook is het mogelijk om de koker te vervangen door speciaal akoestisch materiaal, dat bestaat uit duizenden minuscule ‘kokertjes’ naast elkaar. Verder is het mogelijk om een speciaal ‘trommelvlies’ in de microfoon te gebruiken. Door daaraan een groot aantal sensoren te bevestigen, is vast te stellen welk deel ervan als eerste trilt. Bij geluiden uit andere richtingen zal er een, weliswaar erg kleine, maar meetbare vertraging optreden. Deze signalen kunnen vervolgens elektronisch uitgefilterd worden.
    Al deze technieken worden gebruikt bij commercieel verkrijgbare richtmicrofoons, die inmiddels een hoge vlucht genomen hebben. Bij muziekconcerten worden ze gebruikt om elk instrument afzonderlijk te kunnen laten horen; op moderne video-camera’s zit doorgaans een behoorlijke richtmicrofoon; en zelfs op een goede kwaliteit walkman met opname-mogelijkheid zit er tegenwoordig een.

    Voor afluisteraars hebben kleine richtmicrofoons een aantal duidelijke voordelen: ze zijn handzaam, makkelijk te verbergen en zonder problemen mobiel te gebruiken. Ze zijn ook erg makkelijk in gebruik; gewoon richten op het af te luisteren object, zonder dat verdere afregeling noodzakelijk is. En ze zijn goedkoop genoeg (rond de 1000 gulden) om routine-matig in te zetten.
    De gevoeligheid is niet groot genoeg om op langere afstanden dan zo’n 200 meter nog een verstaanbaar signaal op te vangen, maar ze zijn uitstekend geschikt om in een rumoerig café, theaterzaal en soortgelijke toch een gesprek te kunnen volgen.
    Reflectie
    Reflectie-methoden berusten op het principe dat er in een ruimte waar gesproken wordt, bepaalde delen zoals ramen meetrillen. Met behulp van een laserstraal kun je die trilling opvangen. In technische termen is het terugkomende signaal gemoduleerd door het geluidssignaal vanuit de kamer. Misschien ben je geneigd dit als science-fiction te beschouwen, maar niets is minder waar. Laser-afluisterapparatuur wordt al tientallen jaren effectief ingezet door geheime diensten. In de gespecialiseerde handel is al voor zo’n 4.000 gulden een set te koop met een infrarood-laser, opvang-apparaat en filters, waarmee tot op ongeveer 200 meter afstand redelijke resultaten behaald kunnen worden. In het artikel over camera’s wordt hier ook even op ingegaan.
    Nadeel is ook hier, dat er een vrije ‘zichtlijn’ moet zijn tussen het af te luisteren gebouw en de apparatuur. Niet alleen ramen, maar ook spiegels en luidsprekers kunnen gebruikt worden als ‘spiegel’. Een voorbeeld uit de wereld van James Bond. Zo’n dertig jaar geleden schonken de Russen een prachtig gegraveerd wandbord aan de Amerikaanse ambassadeur. De CIA onderzocht het, kon niets vinden, en het werd dus opgehangen. Na enige tijd merkte de CIA dat er krachtige microgolven, ook bekend uit de magnetron, op het gebouw gericht stonden. Na langdurig speurwerk kwam uiteindelijk de Britse geheime dienst erachter dat het wandbord een holte bevatte, die geschikt was om als ‘spiegel’ voor microgolven te dienen.
    Contactmicrofoons
    Ook het gebruik van contactmicrofoons is ‘passief’: afluisteraars hoeven geen toegang te hebben tot de ruimte die ze af willen luisteren. Er zijn verschillende soorten contactmicrofoons, waaraan uiteenlopende technische principes ten grondslag liggen. Het basisprincipe is echter hetzelfde: geluid dat in een kamer wordt geproduceerd, laat ook de muren van een desbetreffende kamer meetrillen. Door deze minieme trillingen aan de andere kant van de muur op te vangen en te versterken, is het mogelijk om de trillingen terug te ‘vertalen’ naar verstaanbaar geluid.
    Aldus de theorie. In praktijk blijkt het vaak lastig te zijn. Het is moeilijk te voorspellen welk soort muur op welke plek de trillingen goed geleidt, en vaak doen zich ‘achtergrond-geluiden’ voor ten gevolge van voetstappen, verkeer, wind etc.
    De voordelen voor afluisteraars zijn de volgende: de microfoon hoeft niet in de kamer zelf ge‹nstalleerd te worden, en contactmicrofoons zijn vrijwel niet te detecteren met de gebruikelijke contra-afluistertechnieken. De hele installatie (contactmicrofoon, krachtige versterker en opslagmedium zoals een cassetterecorder) kost zo’n 2.000 gulden, dus voor het geld hoef je het niet te laten.
    Het grote nadeel is dat het lang niet altijd lukt om een redelijke geluidskwaliteit te behalen. Als het toeval meespeelt en er is een goed geleidende muur (of verwarmingsbuis, waterleiding etc.) aanwezig, dan is de contactmicrofoon een effectief middel. Contactmicrofoons behoren tot de standaarduitrusting van professionele afluisteraars.
    Microfoons in ruimte
    Het aanbrengen van microfoons in een ruimte, levert de beste kwaliteit geluidsopnames op. In de VS en sinds kort ook in Nederland blijken dergelijke opnames zelfs bewijskracht te bezitten voor een rechtbank. Toch zijn ook aan deze methode nogal wat nadelen en praktische problemen verbonden. Zo is het nodig om minstens eenmaal toegang tot de af te luisteren ruimte te krijgen, wat lang niet altijd eenvoudig is. Verder bestaat er het risico dat de af te luisteren personen de microfoon vinden en tegenmaatregelen nemen.
    Het verstoppen van de microfoon hoeft niet onoverkomelijk te zijn aangezien een moderne miniatuur-microfoon met batterijen kleiner is dan een vingerhoed. Ook bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van ‘piezo-elektrisch’ papier. Dit ‘papier’ vertaalt drukverschillen in elektrische impulsjes waardoor het prima te gebruiken is als microfoon. Zeker in een ruimte waarin met papieren gewerkt wordt (studeerkamer, werkkamer van mijnheer van Leeuwen, de directeur van Fokker) biedt dit vele mogelijkheden tot creatief verbergen…
    Het meest gecompliceerde probleem in het geheel, is doorgaans het transport van het geluidssignaal naar buiten. Je kunt ervoor kiezen om de mini-cassetterecorder in de afluisterruimte te verstoppen. Dit heeft als nadeel dat een dergelijke recorder relatief groot is, en dat de afluisteraar regelmatig de ruimte moet betreden om de opnames op te halen.
    Ook kun je gebruik maken van een miniatuurzendertje met draadloze verbinding. Dit geeft de afluisteraar de mogelijkheid om op een afstand van paar honderd meter de signalen op te vangen. Alhoewel de huidige zendertjes de grootte hebben van een luciferdoosje en dus relatief eenvoudig te verbergen zijn, hebben ze wel enkele nadelen. De batterijen zijn hoogstens toereikend voor enkele weken. Daarnaast bestaan er verschillende technieken waarmee deze zendertjes opgespoord kunnen worden.
    Een laatste methode om het geluidssignaal naar buiten te transporteren is het gebruik maken van een draadverbinding naar een aangrenzende ruimte. Hiervoor heb je een gaatje in de muur nodig. In de meeste ruimtes is dat niet zo’n probleem (stopcontacten, leidingen etc.). De ‘draden’ kunnen ook bestaan uit haardunne glasvezels, die onzichtbaar zijn voor bijvoorbeeld een metaaldetector.
    Een interessante glasvezel-variant is de volgende: laat een enkele vezel in de af te luisteren ruimte eindigen. Stuur hier vanaf de ‘ontvangst-kant’ een nauwkeurig vastgestelde lichtsoort door, bijvoorbeeld uit een zeer zwakke laser of een nauwkeurig afgeregelde LED. (Een LED is een klein ‘lampje’ dat licht van één bepaalde golflengte uitzendt. Je kent ze vast wel: die kleine rode, groene of gele lampjes op moderne stereo’s, camera’s en dergelijke. De wat duurdere varianten zijn nauwkeurig afgeregeld.) Aan de ‘microfoon’-kant wordt de glasvezel afgedekt door een speciaal membraan, dat de lichtgolven terugkaatst. Dit membraan trilt echter zelf ook als gevolg van geproduceerde geluiden, en moduleert daarmee de lichtgolven. Dit levert een extreem kleine ‘microfoon’ op, die praktisch niet op te sporen is! De glasvezel-microfoon is voorzover bekend nog niet in de handel, maar het principe is eenvoudig. Enkele hobbyisten in de V.S. zijn er al in geslaagd om zo’n ding te maken voor zo’n duizend gulden aan materiaalkosten. Binnenkort in een muur bij u in de buurt…?
    Het signaal van de microfoon kan ook via bestaande geleidende ‘bedrading’ getransporteerd worden. Daarbij kun je denken aan telefoon, kabel, elektriciteitsnet, waterleiding, verwarmingsbuizen. Het voordeel hiervan is duidelijk: er hoeven geen speciale, opvallende draden te worden gelegd. Bovendien kan het signaal op die manier met lage frequenties verzonden worden, waarmee het erg moeilijk te detecteren valt. Ook voor deze technieken kan een beetje handige elektronica-knutselaar voor een paar honderd gulden een werkende opstelling bouwen. Interessant is het feit dat er nu in de V.S. geëxperimenteerd wordt met een systeem waarmee mensen berichten versturen via het bestaande kabel-tv netwerk, en op die manier mee kunnen doen aan spelletjes, discussie-programma’s etcetera. En dat allemaal op basis van een door de CIA ontwikkelde techniek.
    Tegenmaatregelen
    Rest ons nog iets te melden over de andere kant van de medaille: hoe het afluisteren te voorkomen? Het eerste en allerbelangrijkste is om te zorgen dat de geluidsgolven niet onnodig ver reiken. Zachtjes praten dus als het om delicate aangelegenheden gaat.
    Verder zijn er verschillende methoden om geluid te dempen. Het is bijvoorbeeld bekend dat grote bedrijven als Philips speciale vergaderkamers hebben, die volledig geluidsdicht zijn. Voor particulieren is deze drastische aanpak echter niet realistisch.

    Toch zijn er een aantal manieren om het eventuele afluisteraars behoorlijk lastig te maken. Bepaalde isolerende maatregelen binnenshuis, zoals dubbel glas, maken het lastiger om met richtmicrofoons en laser-reflectie-apparatuur redelijke resultaten te halen. Verder is het zinvol om duidelijke openingen in de muur (zoals bijvoorbeeld te grote gaten voor verwarmings- en waterleidingen) dicht te stoppen, wanneer je mogelijkerwijs in de gaten wordt gehouden.

    Camouflage, ofwel het mengen van gesprekken met allerlei achtergrond-geluiden (radio, huilende baby) kan goed werken als het om nieuwsgierige buren gaat, maar helpt niet tegen professionele afluisteraars. Technisch is het tegenwoordig heel goed mogelijk om bepaalde geluiden te filteren. Denk bijvoorbeeld maar aan de vele goedkope zogenaamde soundmix- en sampler-apparaten. Daarbij geldt dat het filteren van geluid eenvoudiger is naarmate de ‘stoorbron’ bekend is. Dus een bandje van je favoriete popgroep, dat je elke dag draait, is in het geheel niet geschikt. Ook het in oude films veel gebruikte truukje met het openzetten van waterkranen is tegenwoordig niet zo zinvol meer. Een interessante variant zou de zogenaamde ‘Sonic Jammer’ kunnen zijn. Het idee hierachter is om een heel erg hard geluidssignaal te produceren, dat zo hoog is dat het menselijk oor het niet kan horen, maar een microfoon daarentegen behoorlijk ontregelt. Over de praktische mogelijkheden en beperkingen hiervan is echter nog veel te weinig bekend. Misschien iets voor de enthousiaste doe-het-zelver?

    Een oude, maar nog altijd effectieve methode is het vóór je houden van bepaalde cruciale informatie. Of het nu gaat om de precieze introductiedatum en prijs van een nieuw produkt, data, namen, en plaatsen van ontmoetingen, het is beter om daarover niet te praten als je het risico loopt afgeluisterd te worden.
    Er zijn bijvoorbeeld ook goedhorende mensen, die zichzelf een vinger-alfabet of doven-alfabet hebben aangeleerd om geluidloos te kunnen ‘praten’.

    Buiten het bereik van afluisteraars blijven, de deur uitgaan voor een vertrouwelijk gesprek, is ook een effectieve optie. De vraag waarheen is in dit opzicht niet onbelangrijk. In het algemeen geldt dat het veel moeilijker is om technische hulpmiddelen voor afluisteren in te zetten als het object mobiel is. Wanneer je in een doodstil bos gaat wandelen, is het voor afluisteraars eenvoudiger om een richtmicrofoon te gebruiken dan in een stad met auto’s, passanten en trams. Van de andere kant is het in een erg drukke omgeving niet denkbeeldig dat een afluisteraar direct en zonder technische hulpmiddelen een gesprek af kan luisteren. Zo is het op zaterdagmiddag in de Kalverstraat nogal ingewikkeld om te controleren of je gevolgd wordt of niet.

    Verder is het belangrijk om een dusdanige ontmoetingsplaats te kiezen dat meeluisteraars niet al van te voren hun maatregelen kunnen nemen. Regelmatige ‘geheime’ besprekingen aan de tafel voor het raam in café Kletskoek blijven meestal niet zo lang privé…
    Daarbij blijft altijd belangrijk om alert te zijn op de mogelijkheid van liplezen. Zie dit zeker niet over het hoofd, sommige mensen kunnen dit erg goed en met behulp van camera’s zelfs op grotere afstanden. Dit risico kun je verkleinen door wat meer naar de gesprekspartner toe te draaien, en eventueel wat sneller en niet zo goed gearticuleerd te spreken.

    Tot slot nog een aantal technische tips om afluisterapparatuur op te sporen. Miniatuurzendertjes zijn het eenvoudigst op te sporen met speciale apparaatjes, die een breed gebied van radio-frequenties bestrijken en aangeven of er een zender in de buurt is.
    De goedkoopste mogelijkheid om zendertjes op te sporen is met behulp van een zogenaamde veldsterkte-meter. Dit apparaat kan aangeven óf er een signaal uitgezonden wordt in de buurt (binnen een breed gebied aan frequenties van meestal zo’n 30 kHz tot 2 MHz), maar niet wát er uitgezonden wordt. Dit betekent dat het apparaatje niet kan laten zien of de straling afkomstig is van je eigen computer-monitor, van de draadloze telefoon van de buurvrouw, van de lokale radio-zendmast vijf straten verder of van een afluister-zendertje. Met enige ervaring kan je, door met beleid te werk te gaan, toch redelijk snel onderscheid maken tussen verschillende zendbronnen. De apparaatjes hebben als voordeel dat ze in je binnenzak passen, en dus overal te gebruiken zijn. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk te controleren of er een peilzendertje aan een auto is vastgemaakt. De prijzen liggen, afhankelijk van de gevoeligheid en het gebruiksgemak, tussen de 300 en 1200 gulden.
    In combinatie met een veldsterkte-meter is het heel erg handig een zogenaamde interceptor te gebruiken. Dit vernuftige apparaatje, nauwelijks groter dan een walkman, werkt ook in hetzelfde frequentiegebied. Met de interceptor ben je tevens in staat is om het uitgezonden signaal weer hoorbaar te maken. Dit betekent dat je veel beter kunt uitmaken wie of wat er uitzendt. Hoor je bijvoorbeeld plotseling de stemmen van mensen in jouw huiskamer, dan is het tijd eens grondig te gaan zoeken… Bijkomend voordeel is dat je met dit apparaat ook radioverkeer van mensen die jou observeren kunt onderscheppen, zelfs als je niet precies weet op welke frequentie dit gebeurt. Een nadeel van het apparaat is dat het ongeveer een seconde nodig heeft voordat het ‘beet’ heeft. Hierdoor kunnen hele korte pulsjes, zoals vaak door peilzendertjes worden uitgezonden, aan de aandacht ontsnappen. De veldsterkte-meter kent dit nadeel niet; hierbij wordt het elektro-magnetisch veld in één keer gemeten, zonder dat alle frequenties langsgelopen moeten worden. Daarom is het het beste om een kombinatie van Interceptor en veldsterktemeter te gebruiken. De prijs van een Interceptor ligt bij ongeveer 1500 gulden.
    Indien je echt grondig wilt zoeken, zul je ook gebruik van een frequentie-teller moeten maken, waarmee je kunt bepalen wat de frequentie van een uitgezonden signaal is. Aangezien het gebruik van de ether vrij streng geregeld is, krijg je makkelijk een indicatie over de herkomst van het signaal, waardoor je onschuldige en verdachte signalen gemakkelijk kunt identificeren.
    Frequentietellers en aanverwante apparaten zijn niet erg geschikt voor leken of incidentele gebruikers. Ze zijn duur (enkele duizenden tot tienduizenden guldens) en om ze goed te kunnen gebruiken moet je technisch gezien nogal wat in huis hebben.
    Voor al deze apparaten geldt trouwens dat ze niet onfeilbaar zijn: de modernste spread-spectrum zendertjes (zie ook Spread Spectrum) kunnen ze bijvoorbeeld niet opsporen. Er is ons maar één voorbeeld bekend van een zendertje dat met spread spectrum zou werken en dat gevonden is:

    Begin ’95 te Stormont, diskusseerden Sinn Fein vertegenwoordigers met Britse politici over het vredesproces in Noord-Ierland. Tijdens die gesprekken trokken de Sinn Fein afgevaardigden zich af en toe even terug in een aparte ruimte om privé te overleggen. In die ruimte bleek een geavanceerd afluister-zendertje verstopt in een fotokopieerapparaat. Het zendertje maakte gebruik van spread spectrum modulatie en was operationeel op een microgolf-frequentie boven 1000 Mhz. Het zendertje werd ontdekt door Gerry kelly tijdens een ‘debug’-aktie waarbij hij gebruik maakte van een ‘Scanlock wideband receiver’. De ontdekking is aan de Britse politici meegedeeld. De ‘Northern Ireland Office’ ontkende iets met het zendertje te maken te hebben, maar Republikeinse bronnen wisten wel te vertellen dat het een typische M15 bug was.

    Al deze apparaten kunnen natuurlijk niet de methoden die niet met zendertjes werken ontdekken. Tegen het afluisteren via richtmicrofoons, contactmicrofoons en glasvezelmicrofoons kan met technische middelen nauwelijks worden opgetreden. Daarvoor geldt dat een gewaarschuwd mens voor twee telt. Soms is het een stuk eenvoudiger om de mensen te signaleren die af willen luisteren dan de apparatuur die ze daarvoor gebruiken… Dat geldt met name wanneer je al een idee hebt welke mensen waarom in welke informatie ge‹nteresseerd zijn.